Waarom besloten jullie om als eerste aan te sluiten bij GRIP?
Marijke: “Het plan was dat we met meerdere partijen tegelijk zouden aansluiten. Sterker nog, we hadden de verwachting dat een andere organisatie eerder zou aansluiten dan wij.”
Chantal: “Onze bestuurder, Ron Boumans, is enorm voorstander van het werken met data en wij vinden vernieuwingen belangrijk voor de organisatie.”
Marijke: “Als voorbeeld, wij verkennen de AI-tool ‘Spraak naar tekst’ om administratieve lasten tijdens consulten te verminderen. Vernieuwing en innovatie sluiten goed aan bij de doelstellingen van onze organisatie, bovendien is het gewoon erg leuk, ook daarom zijn wij koploper bij GRIP.”
Op welke manier zijn jullie zelf met data bezig?
Chantal: “We maken regelmatig rapporten met data uit vragenlijsten. Gemeentes kloppen ook veel bij ons aan voor informatie. Alhoewel alle data kan worden geanalyseerd, heeft het vooral waarde als er in de praktijk ook echt mee wordt gewerkt. Uitkomsten van analyses wil je in het primaire proces kunnen toepassen. Data en praktijk moeten ook samenhangen, anders komt het niet tot waarde. Verbinding met de praktijk is even waardevol als de data-inzichten zelf.”
Bijvoorbeeld?
Chantal: “Binnen de regio kunnen we bijvoorbeeld samen optrekken in de indicatie voor Voorschoolse Educatie (VE). Net als de kinderopvang leveren wij versleutelde gegevens aan de peutermonitor. Zo zien we welke kinderen een VE-indicatie hebben, welke daadwerkelijk zijn geplaatst en zo niet de reden ervan. Vaak gaan ze al naar de kinderopvang of ouders hebben geen tijd om te brengen en halen. Op basis van deze data zou je VE-programma’s kunnen inrichten op kinderdagverblijven. Dat kunnen wij niet alleen. Verbinding is dus cruciaal: elkaar beter leren kennen is net zo belangrijk als het delen van inzichten.”
Naast JGZ zijn GGZ Delfland en de Gemeente Delft ook vroegtijdig aangesloten. Wat zijn volgens jullie de mogelijkheden met deze drie datasets?
Marijke: “Je zou de gegevens die JGZ al heeft kunnen combineren met GGZ-gegevens en kijken of je met deze nieuwe inzichten kan bijdragen aan het voorkomen dat kinderen op latere leeftijd een beroep moeten doen op de GGZ.”
Chantal: “Het mooiste is als er concrete actiepunten uitkomen. Gemeenten en scholen kunnen bijvoorbeeld meer maatregelen nemen om beweging te stimuleren. Data laat zien dat mensen die als kind meer bewegen, later minder risico lopen om bij de GGZ terecht te komen. Dit verband wordt waarschijnlijk door veel andere factoren beïnvloed, maar het laat zien dat het loont om daarop in te zetten, ondanks de complexiteit ervan.”
“Ook pesten en schermgebruik geeft een risico op mentale problemen. Met data kun je in kaart brengen vanuit welke scholen meer kinderen naar de GGZ gaan. Daar kun je dan een anti-pestbeleid inzetten. Dat is de meerwaarde van samenwerken en hoeveel verschil dit kan maken voor kinderen. Gemeenten zouden met deze data heel gericht beleid kunnen ontwikkelen en budget kunnen vrijmaken, zodat scholen hiermee aan de slag kunnen. Op hun beurt kijken scholen naar de gemeente en naar ons als het om gezondheidsfactoren zoals schermgebruik gaat.”
In de toekomst heeft GRIP een hele variatie aan bronnen bij elkaar, wat is bijvoorbeeld een kans op epidemiologisch gebied?
Chantal: “Het is bijvoorbeeld mogelijk om kinderen op te volgen waarvan de JGZ signaleert dat ze een bril nodig hebben. Als wij JGZ-data zouden combineren met ziekenhuisgegevens, huisartsgegevens, gemeentelijke gegevens en declaratiegegevens, kunnen we volgen tot in hoeverre de verwijzing wordt opgevolgd, hoe dat ontwikkelt over de tijd en of armoedebeleid hier bijvoorbeeld effect op heeft. Soms zie je duidelijk dat er iets gaande is, maar heb je geen volledig beeld. Dit zie ik als een mooie kans tot het verrijken van de data tot een vollediger plaatje.”
Naast de technische en innovatieve infrastructuur, willen we ook inhoudelijke kennis opbouwen rondom de beweging van zorg naar gezondheid. Op welke gebieden rondom die data kunnen we nog iets leren?
Chantal: “In de eerste plaats is het belangrijk om de inhoudelijke vragen goed scherp te stellen en elkaar écht te kennen. Ik zie hoe belangrijk het niet-werkgerelateerde gesprek is om elkaar echt te leren kennen. De verbinding met de inhoud is heel belangrijk. Daarnaast zijn er ook veel omgevingsfactoren bekend die invloed hebben op de individuele metingen. Een andere vraag is dan ook: hoe gaan we dat meenemen in de analyses?”
Wat kunnen jullie andere regiopartners meegeven die overwegen om aan te sluiten bij GRIP?
Marijke: “Twijfel niet, gewoon doen! Met een goede IT-partner of afdeling is de techniek echt geen probleem. Kijk wat je met elkaar kan bereiken, ook qua data. Welke regionale inzichten er te bereiken zijn en wat je er als organisatie kunt uithalen. Sta open om te leren en waarde te behalen, ook als het aan de voorkant nog niet helemaal concreet is. Er zijn nog zoveel interessante voorbeelden van gecombineerde data die we nog niet hebben ontdekt!”